Ook Nederland kan ontaarden in een tirannie

02-10-2015 Nederlands Dagblad Andreas Kinneging • hoogleraar Rechtsfilosofie Universiteit Leiden   Er is reden om te verwachten dat het mis zal gaan met de Nederlandse rechtsstaat in de komende eeuw. Onder andere vanwege de rol die de overheid zich aanmeet. En is een rechtsstaat zonder protestantisme wel mogelijk?

Een beperkte overheid. Daarover hoor je in de discussies rond de rechtsstaat betrekkelijk weinig tegenwoordig. Toch is het essentieel. Beperking van macht gebeurt niet alleen en zelfs niet primair door de macht te verdelen, maar door zo min mogelijk macht te geven. Hoe staat het nu met de macht van de staat? Vergelijken we de situatie van, zeg, een eeuw geleden met de huidige situatie dan is het verschil opmerkelijk. Honderd jaar geleden besloeg het aandeel van de Nederlandse staat in het nationaal inkomen rond de tien procent. Nu is het rond de zestig procent. Honderd jaar geleden was bovendien het aantal ambtenaren en het aantal wetten en regels een fractie van wat ze nu zijn. De trend is dus onmiskenbaar die van een steeds verdergaande verstatelijking. Het is waar dat er al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw in de politiek voortdurend wordt gesproken over de noodzaak om deze trend om te buigen, maar in de praktijk is van zulke ombuigingen structureel weinig of niets te merken.
Achter deze trend ligt natuurlijk de ontwikkeling van de verzorgingsstaat, waarmee de vraag rijst hoe de verzorgingsstaat zich verhoudt tot de rechtsstaat. De overheersende opvatting is, denk ik, dat deze verhouding niet problematisch is; ja zelfs harmonisch, in de zin dat de verzorgingsstaat de rechtsstaat bevorderd heeft.

zacht despotisme
Toch zijn er stevige redenen tot zorg. In de eerste plaats omdat de verzorgingsstaat wel erg veel lijkt op wat de Franse filosoof Tocqueville ooit ‘zacht despotisme’ heeft genoemd. Dit is naar zijn zeggen een nieuwe vorm van onderdrukking die in niets lijkt op de oude soort. Ik laat Tocqueville voor zichzelf spreken. Beter kan het niet worden gezegd.

‘Ik zie een ontelbare massa eendere en gelijke mensen die voortdurend met zichzelf bezig zijn om zich kleine en platvloerse genoegens te verschaffen waarmee zij hun ziel vullen. (…) Boven hen torent een immense en beschermende macht uit die zich als enige belast met de zorg voor hun genietingen en het toezicht op hun lot. Zij is absoluut, nauwkeurig, regelmatig, vooruitziend en zachtmoedig. Zij zou op het vaderlijk gezag lijken als zij, evenals dat gezag, tot taak zou hebben de mensen voor te bereiden op de volwassenheid, maar zij probeert juist niets anders te doen dan hen onherroepelijk in hun kindertijd vast te houden; zij ziet graag dat de burgers genieten, mits zij alleen maar aan genietingen denken. Zij werkt met genoegen aan hun geluk, maar wil er de enige vertegenwoordiger en de enige scheidsrechter van zijn; zij biedt hun veiligheid, kent en regelt hun behoeften, vergemakkelijkt hun genoegens, zorgt voor hun voornaamste zaken; waarom kan zij hun niet volledig de moeite van het denken en de last van het leven besparen?

Na aldus elk individu één voor één in zijn machtige handen te hebben genomen, en hem naar goeddunken te hebben gekneed, strekt de soeverein zijn armen over de gehele samenleving uit; hij bedekt haar met een netwerk van kleine, ingewikkelde, minutieuze en eenvormige regels, waar de meest originele geesten en de sterkste zielen niet doorheen kunnen komen om de massa te overstijgen; hij breekt hun wil niet, maar verzwakt, verdraait en leidt die; hij dwingt zelden tot handelen, maar verzet zich er onophoudelijk tegen dat men handelt; hij vernietigt niet, hij belemmert het ontstaan; hij tiranniseert niet, hij hindert, hij onderdrukt, hij verstoort, hij dooft uit, hij stompt af en hij reduceert uiteindelijk elke natie tot een kudde schuchtere en vaardige dieren waarvan de staat de herder is.’

Aldus Tocqueville.

Talloze loketten op het Haagse stadhuis. In een grote overheid en bijbehorende verzorgingsstaat schuilt een gevaar. Er is namelijk geen enkele reden om aan te nemen dat de staat, ook de Nederlandse staat, niet zou kunnen ontaarden in een tirannie.

Talloze loketten op het Haagse stadhuis. In een grote overheid en bijbehorende verzorgingsstaat schuilt een gevaar. Er is namelijk geen enkele reden om aan te nemen dat de staat, ook de Nederlandse staat, niet zou kunnen ontaarden in een tirannie. | beeld anp / Phil Nijhuis

Is hier nu sprake van een aantasting van de rechtsstaat? Ik denk van wel, zij het op andere wijze dan waaraan we normaal gesproken denken. Want ook hier wordt de mens onderdrukt, zij het op een manier die zachtaardig en goed bedoeld is. Volgens Tocqueville zakt de mens daarmee tot onder het niveau van het mens-zijn. Er resteert slechts een schuchter en vaardig dier.

De grootse reden tot zorg is echter niet de zachte despotie van Tocqueville, maar de klassieke, harde tirannie. Er is geen enkele reden aan te nemen dat de staat, ook de Nederlandse staat, daarin niet zou kunnen ontaarden. Dat Nederland daar op de een of andere wijze voor altijd van gevrijwaard zou zijn, is een naïeve gedachte. Evenals de gedachte dat tirannie iets is van het verleden. Tirannie ligt altijd en overal op de loer. Ze is net onkruid. In tegenstelling tot de rechtsstaat, die veeleer een kasplantje is. En de trend is niet gunstig. De twintigste eeuw was bij uitstek de eeuw van de tirannie.

Daar komt nog bij dat de tirannie van vandaag en morgen niet te vergelijken is met de tirannie van vroeger. De technologie stelt de staat, voor het eerst in de mensheidsgeschiedenis, in staat een vrijwel totale controle te krijgen over de bevolking. Vandaar ook het veelzeggende woord ‘totalitarisme’, dat pas in de afgelopen eeuw, dankzij de moderne technologie, mogelijk is geworden. Het is de overtreffende trap van tirannie. En inmiddels zijn we technologisch weer veel verder. Dus als het nu mis gaat, dan gaat het nog veel erger mis dan in het verleden. En gezien de problematische kanten van de menselijke natuur is het helemaal niet onwaarschijnlijk dat het mis zal gaan.

protestantse achtergrond
Hoe staat het met de culturele voorwaarden van de rechtsstaat? Een opmerking daarover. Er is al dikwijls gezegd dat de enige echte rechtsstaten in de wereld vrijwel allemaal te vinden zijn in landen met een protestantse achtergrond: Noord- en West-Europa en Noord-Amerika. Daar valt op basis van onderzoek veel voor te zeggen. Maar als dat inderdaad het geval is, is de conclusie dat de rechtsstaat mogelijk is gemaakt door het protestantisme.

De vraag rijst dan wat het precies is, in dat protestantisme, dat de rechtsstaat mogelijk heeft gemaakt. Ik vermoed dat het bovenal de idee is geweest dat de mens alles doet ten overstaan van God, tegenover wie hij nu en later persoonlijk rekenschap moet afleggen. Dit is een ongekende stimulans geweest voor het persoonlijk geweten, die de samenlevingen waarin dat het geval was in staat heeft gesteld daadwerkelijk een rechtsstaat te vestigen. Het protestantisme is sinds een halve eeuw echter meer en meer aan het vervagen. Nederland is niet of nauwelijks meer een protestantse natie te noemen. De rechtsstaat van de toekomst zal het dus moeten doen zonder zijn religieuze voedingsbodem. Is zoiets mogelijk? Wie het weet mag het zeggen.

beter is er niet
Onze verwachtingen voor de Nederlandse rechtsstaat in de komende eeuw kunnen niet al te hooggespannen zijn. De rechtsstaat staat in veel opzichten onder druk, de vooruitzichten zijn niet erg hoopgevend, althans als de diverse trends zich doorzetten.

Ik denk dat de rechtsstaat, meer in het bijzonder de liberaal-democratische rechtsstaat, het waard is om te behouden. Iets wat in de praktijk beter werkt om machtsmisbruik en onderdrukking te voorkomen, heeft de mens immers nog niet bedacht. Maar behoud ervan is alleen mogelijk als we de krachten en ontwikkelingen die de rechtsstaat ondermijnen, het hoofd weten te bieden. Dat veronderstelt inzicht en de wilskracht om naar dat inzicht te handelen. Het is maar helemaal de vraag of er de komende eeuw van beide voldoende zal zijn in Nederland.