Roken wel, scheiden niet onmoedigd

10 oktober 2015 Nederlands Dagblad  Het aantal scheidingen in Nederland is in een paar decennia sterk toegenomen. Wat is de invloed daarvan op de levens van mensen en op de Nederlandse samenleving? Vandaag: De overheid negeert de gevolgen. In politiek en samenleving domineert wensdenken over echtscheiding. Maar de rekening is hoog: 3,5 miljard euro per jaar, en een diepere kloof tussen lager en hoger opgeleiden. De politiek maakte echtscheiding makkelijk. Van de gevolgen wordt vaak weggekeken. Wat is het verschil tussen roken en scheiden? Nou, zegt hoogleraar en echtscheidingsexpert Jaap Dronkers: het eerste wordt door de overheid ontmoedigd, het tweede niet. ‘Roken is door de overheid duur gemaakt en mag niet meer in cafés, omdat het slecht is voor de gezondheid en omdat andere mensen er last van hebben. Maar als je kind op een school zit met bovengemiddeld veel kinderen van gescheiden ouders, heb je daar als niet-gescheiden ouder ook last van. Want het schoolniveau daalt door de onrust die kinderen van gescheiden ouders meebrengen naar de klas van je kind. Hoe meer van die onrust, hoe slechter de school presteert.’

Kortom, zegt onderwijssocioloog Dronkers, als de overheid echtscheiding benadert als een puur individuele beslissing van twee volwassenen, heeft ze het bij het verkeerde eind. ‘Dat zeg ik als wetenschapper. Ik zeg ook niet wat ik zelf van echtscheiding vind; ik ga uit van de feiten. En die feiten zijn niet positief. In een samenleving waarin scheiden makkelijk is – zoals in Nederland – wordt de kloof tussen hoger en lager opgeleiden verdiept langs een tweede lijn. Scheiden begon bij de hoger opgeleiden; zij konden het zich permitteren, omdat ze de mogelijkheden hadden om de negatieve gevolgen tot op zekere hoogte te ondervangen. Die hoger opgeleiden bezetten – ook nu – de politiek, en van daaruit is echtscheiding gemakkelijker gemaakt, waardoor ook lager opgeleiden zijn gaan scheiden. Lager opgeleiden gaan sneller samenwonen of trouwen, en scheiden daardoor ook vaker dan hoger opgeleiden. Maar de negatieve gevolgen worden in die groep veel minder goed opgevangen dan bij hoger opgeleiden; vandaar die extra verdieping van de maatschappelijke kloof.Met het makkelijker maken van echtscheiding, stapel je meer problemen op het hoofd van kinderen aan de onderkant van de samenleving.’

geen bemoeienis

Jan Hol is politicoloog, en voorzitter van Marriage Week Nederland – een organisatie die de kwaliteit van relaties wil bevorderen. Hij verbaast zich erover dat de Nederlandse overheid – anders dan veel andere landen – wel een prominente rol wil spelen bij het sluiten van een huwelijk, maar zich er daarna niet meer mee bemoeit. Niet dat hij voorstander is van overheidsinmenging achter de voordeur. ‘Maar als een overheid met veel ceremonieel huwelijken registreert, zou die overheid toch ook enige verwachting en enige zorg ten aanzien van de kwaliteit van die verbintenissen mogen hebben. Maar het omgekeerde is het geval: de Nederlandse regelgeving faciliteert wel het breken van, maar niet het bouwen aan een huwelijk.’ Dat begint al op financieel gebied, zegt Hol. ‘De kosten van een echtscheiding zijn fiscaal aftrekbaar. Maar als je tegen problemen aanloopt in je relatie en professionele begeleiding wilt, zijn die kosten niet aftrekbaar.’ Dat is vreemd, zegt Hol, zeker als je ziet wat echtscheiding de Nederlandse overheid en samenleving feitelijk kost.

Het bureau EconoVision kwam na een verkennende literatuurstudie tot een volgens Hol ‘conservatieve schatting’ van 3,5 miljard euro per jaar. ‘Dan hebben we het over allerlei kosten: ziekteverzuim, uitkeringen, het feit dat gescheiden mannen vaker vervallen in crimineel gedrag, maar ook de kosten die gemeenten maken voor het vrijhouden van woningen voor mensen die bij een scheiding snel andere woonruimte nodig hebben.’ De gevolgen van echtscheiding zijn ‘erg onderbelicht’ in het overheidsbeleid, zegt ook hoogleraar Dronkers. ‘Misschien wat vrome woorden, maar verder niks.’

De ontwrichtende invloed op de samenleving wordt door de overheid nauwelijks erkend, stelt Dronkers, laat staan dat er beleid op wordt ontwikkeld. ‘Een belangrijk negatief gevolg van echtscheiding is dat de mantelzorg, met name tussen generaties, wordt ondermijnd. In 90 procent van de gevallen krijgt de moeder de constante zorg voor de kinderen. Op de langere termijn leidt dat ertoe dat gescheiden mannen eerder overlijden. Zij worden niet goed in de gaten gehouden, terwijl dat de basis van mantelzorg is.’

Waar de overheid evenmin aandacht voor heeft, zegt Dronkers, is dat kinderen van gescheiden ouders minder vertrouwen in de samenleving hebben. ‘Jongens uit die groep zijn nationalistischer, en hebben vaker antimigrantenopvattingen. Gescheiden ouders raken de pedagogische greep op hun kinderen kwijt, simpelweg omdat ze andere dingen aan hun hoofd hebben. Daarover hoor je niemand. De politiek legt de rekening van echtscheiding volledig in de samenleving neer.’

We moeten ons de vraag stellen, vindt Dronkers, wat het voor onze samenleving betekent dat veel mensen scheiden. ‘En dan bedoel ik: in den brede, ook op de langere termijn. In plaats daarvan zie ik nu veel wensdenken; de gedachte “als je maar gelukkig bent” bijvoorbeeld. Want zijn kinderen ook gelukkig na een scheiding? Vaak niet. Betekent dit dat je nooit meer moet scheiden? Nee. Maar in een samenleving waar minder wordt gescheiden, zijn de negatieve gevolgen kleiner. Dat werkt twee kanten op. Als de echt onhoudbare huwelijken worden ontbonden, is dat vaak beter voor de kinderen. Zij zijn dan verlost van ruzies. Maar als ouders hun conflicten weten te beheersen, is er voor een kind geen winst bij een echtscheiding. Een kind heeft namelijk geen belang bij het huwelijksgeluk van ouders, zijn belang is dat het zo goed mogelijk wordt opgevoed.’

Een andere variant van wensdenken is de stelling dat wanneer echtscheiding normaal wordt gevonden en goed verloopt, kinderen er geen negatieve gevolgen meer van zouden ondervinden. ‘Niet waar’, zegt Dronkers. ‘In Finland wordt veel gescheiden. Het is een seculier land waar mensen niet worden gehinderd door bijvoorbeeld kerkelijke opvattingen over het huwelijk. Scheiden gaat er dus makkelijk. Maar Finse kinderen ondervinden veel problemen bij relatievorming, blijkt uit onderzoek. Ruime echtscheidingsmogelijkheden werken dus ook door in volgende generaties. Dat zijn consequenties die ook voor de politiek relevant zijn. In plaats van dat daar iets mee wordt gedaan, zie je bij de overheid een verengd juridisch denken over echtscheiding.’

Dronkers wijst op de campagne van SIRE om te waarschuwen tegen de gevolgen van ‘vechtscheidingen’ voor kinderen. ‘Op zich goed dat die aandacht er is. Maar de campagne had moeten luiden: “Denk tien keer na voordat je scheidt.” Ik ben er niet voor om de mogelijkheid van echtscheiding terug te draaien, maar wel om meer drempels op te werpen. Ik heb eerder wel gezegd dat als er kinderen zijn, een echtscheiding pas een jaar na de aanvraag mag ingaan. Gewoon omdat het voor kinderen in de meeste gevallen veel beter is dat de ouders bij elkaar blijven.’

langzame duikvlucht

Een overheid die ‘slim en verstandig’ is, moet volgens Jan Hol investeren in duurzame relaties tussen mensen. ‘Hoewel ik geloof dat God mensen aan elkaar geeft, hoef je niet gelovig te zijn om dit te propageren. Alleen al om pragmatische redenen is een beter beleid nodig. Nederland is bezig met een langzame duikvlucht; het aantal eenpersoonshuishoudens neemt de komende decennia alleen maar toe, en het geboortecijfer is lang niet voldoende om de bevolking op peil te houden. Dat zorgt op den duur voor forse negatieve effecten op zowel de economie als de sociale samenhang. Moet je dat willen? Op die vraag komt nu geen antwoord. De overheid negeert de demografische langetermijnontwikkeling.’

Toch is de voorzitter van Marriage Week Nederland niet alleen maar negatief. ‘We komen langzaam uit de fase waarin het compléét not done was om politiek-maatschappelijk over relatievorming en de negatieve gevolgen van echtscheiding te praten. Dat het onderwerp nu toch voorzichtig wordt besproken, komt doordat die negatieve gevolgen steeds zichtbaarder worden. Gemeenten hebben meer zorgtaken gekregen; zij zien in dat sociale samenhang belangrijk is om de zorgkosten te beheersen. Ik zou tegen politici willen zeggen: gooi de beschroomdheid die er nog is, van je af. Ga in gesprek over de werkelijke winst- en verliesrekening van echtscheiding. Erken dat als we onze cultuur weer op een hoger niveau willen brengen, we zullen moeten investeren in relaties in plaats van in relatiebreuken. Dat levert op allerlei fronten – uiteindelijk ook bij de minister van Financiën – een positiever plaatje op.’ <

symposium

Vandaag is het symposium Kind en scheiding; de verlegenheid voorbij, dat het Nederlands Dagblad samen met Timon en SGJ Christelijke Jeugdzorg organiseert. Aan het eind van het programma gaan Mona Keijzer (CDA), Joël Voordewind (ChristenUnie) en Kees van der Staaij (SGP) onder leiding van Tijs van den Brink met elkaar in debat over de rol van de politiek bij de aanpak van de maatschappelijke gevolgen van het toenemend aantal scheidingen.

Auteur Gerard Beverdam