In de file dankzij de nieuwe weg

24-12-2015 Hillegom De Duinpolderweg langs Bennebroek en Vogelenzang lost geen verkeersprobleem op, maar creëert er juist een. In de spitsen loopt het verkeer dan namelijk in de Bollenstreek vast op de N206. Dat blijkt uit de achterliggende berekeningen – de zogeheten plots – die zijn gemaakt voor de actualisatie van grensstreekstudie. Op basis van dat stuk moeten de provincies volgend jaar de knoop doorhakken over de (deels) nieuwe verbinding tussen de N206 en de A4.
De berekeningen zijn gemaakt met het zogeheten Venom-model van de Stadsregio Amsterdam en vormen de basis van het rapport. De conclusie van het rapport is dat een nieuwe weg van de N205/Nieuwe Bennebroekerweg naar de N206 bij De Zilk de beste oplossing is voor de bereikbaarheid en leefbaarheid in Zuid-Kennemerland en de Bollenstreek. De plots zijn overigens niet bij het rapport gevoegd.

Geen files
Voor de bereikbaarheid hoef je helemaal geen nieuwe weg aan te leggen tussen de N205 en de N206, zo blijkt uit de Venom-berekeningen: er ontstaan tot 2030 – de reikwijdte van de studie – zonder die weg namelijk nergens in de regio’s Zuid-Kennemerland en Bollenstreek files. Leg je het stuk N205-N206 daarentegen wél aan, dan gaat de N206 vanaf buurtschap De Zilk tot bij Noordwijk in de spits vast lopen. De files zullen volgens Venomregisseur Suzanne Kieft in de praktijk zelfs nog wat groter worden dan nu berekend, omdat in het model geen rekening wordt gehouden met kruisingen en op- en afritten. Kruisend en in- en uitvoegend verkeer remmen immers de snelheid op de weg. Kruisingen zorgen daarbij uiteraard voor meer problemen dan op- en afritten met hun invoeg- en uitvoegstroken, maar ook die zorgen voor oponthoud omdat uitvoegend verkeer vaak al wat eerder de snelheid vermindert en voor invoegend verkeer de overige bestuurders ruimte moeten maken. Het stuk tussen De Zilk en Noordwijk telt vijf op- en afritten.

42,5 miljoen
De conclusie is vooral opmerkelijk omdat de Bollenstreek via de regio Holland-Rijnland 42,5 miljoen meebetaalt aan de Duinpolderweg. Dat bedrag is gereserveerd in de veronderstelling dat die ’nieuwe’ oost-westverbinding – officieel de Noordelijke Ontsluiting Greenport geheten – voor een betere bereikbaarheid zal zorgen.

Het tegendeel blijkt nu echter waar: met die enorme investering haalt de Bollenstreek juist een verkeersprobleem in huis. Noordwijkerhout ziet op de doorgaande weg dwars door het dorp volgens de berekeningen in 2030 15.000 auto’s per dag rijden in plaats van 10.000 als de Duinpolderweg er niet komt. Dat heeft daar zowel in de ochtendspits als in de avondspits opstoppingen tot gevolg, voorspelt het model.

De provincie Noord-Holland onderschrijft de uitkomsten van het door de provincie zelf gebruikte model niet. Het wordt het wel drukker op de N206, laat een woordvoerder weten, ,,maar dat hoeft niet tot problemen te leiden. Deze weg kan een grote hoeveelheid verkeer aan omdat hij geen kruispunten heeft maar op- en afritten. Bij op- en afritten is er een goede doorstroming.’’

Heemstede
Voor Zuid-Kennemerland maakt de Duinpolderweg tussen Bennebroek en Vogelenzang qua bereikbaarheid volgens de berekeningen weinig uit. De belangrijke N201 is druk en blijft ongeveer even druk met of zonder dit stuk Duinpolderweg.
Maar volgens het model kan de weg het toenemende verkeer aan zonder dat er files ontstaan. Aangezien de Driemerenweg (N205) de belangrijkste aan- en afvoerweg voor de Duinpolderweg wordt, maakt de aanleg van de weg langs Bennebroek en Vogelenzang voor Heemstede niet zo heel veel uit. De Herenweg wordt volgens de berekeningen ietsje rustiger, de Glipperdreef wordt daarentegen een flink stuk drukker.

Per saldo levert de aanleg van de weg Heemstede meer doorgaand verkeer op.

Bij Bennebroek wordt het een stuk rustiger van de brug naar de Rijksstraatweg (N208), maar op de N208 zelf wordt het drukker. Dat geldt vooral voor het stuk tussen de kruising met de Zwarteweg en de Duinpolderweg: het verkeer dat nu nog de route Zwarteweg-Vogelenzangseweg kiest, gaat dan over de Rijksstraatweg rijden. Vogelenzang is een van de kernen die daardoor flink profiteert van de weg.

In Hillegom wordt het centrum ontlast. Nu rijden veel Hillegommers naar de A4 via de Leimuiderweg, na de aanleg van de Duinpolderweg zal een deel de inwoners van het centrum en die in het noordelijke deel van de gemeente het dorp verlaten via de Weeresteinstraat. Daar wordt het eens stuk drukker, maar de Van den Endelaan wordt daardoor een stuk rustiger. Ook levert de Duinpolderweg minder verkeer op richting de Hillegommerbrug en door Beinsdorp, een sluiproute naar de A4 en A44. Dat scheelt in Hillegom met name op de Meerlaan, de weg naar de brug toe.

Leefbaarheid
Een belangrijke reden om de weg aan te leggen is verbetering van de leefbaarheid. Daarbij worden Beinsdorp, Vogelenzang, Zwaanshoek en Bennebroek het meest genoemd als knelpunten. In alle vier de kernen staan langs de doorgaande wegen echter minder dan 150 woningen, in totaal nog geen zeshonderd.

In Vogelenzang en Bennebroek zijn de dorpsraden net als de gemeente Bloemendaal overigens fel tegen de aanleg van de Duinpolderweg. Zij vrezen dat de leefbaarheid juist zal afnemen in plaats van verbeteren. In Zwaanshoek hebben een paar bewoners aan wethouder Derk Reneman gevraagd om een enquete hoe de inwoners over de nieuwe verbinding denken. De provincie wil nog niet inhoudelijk op ingaan op het punt van leefbaarheid. In februari gaat er een stuk naar Gedeputeerde Staten waarin dat punt aan de orde komt en pas dan wil de provincie ook reageren.

De Duinpolderweg omvat overigens veel meer dan de verbinding tussen de N205 en de N206: de Nieuwe Bennebroekerweg moet worden verdubbeld en moet een goede aansluiting krijgen op de A4. Daar wordt al hard aan gewerkt. Dit deel van het project is ook verder niet omstreden.

 

Duinpolderweg moest Holland Rijnland redden. 

Hillegom Q De Duinpolderweg wordt vaak gepresenteerd als een noodzakelijke betere oost-westverbinding voor de Bollenstreek. Maar in werkelijkheid kwam de weg op de agenda om het samenwerkingsorgaan Holland-Rijnland te redden Het verhaal van de Noordelijke Ontsluiting Greenport (NOG) begint rond 2000, als de gemeenten in de Leidse regio en de Bollenstreek besluiten tot regionale samenwerking. Tot die tijd is er wel met enige regelmaat gesproken over aansluitingen voor ’de snelweg van nergens naar nergens’, maar uiteindelijk is het in het noorden gebleven bij de aansluiting op de Vogelenzangseweg.

Niemand zit ook echt op zo’n nieuwe oost-westverbinding te wachten, omdat het spook van de verstedelijking door de Bollenstreek waart. Met regelmaat komen er uit Den Haag plannen voor de bouw van vele tienduizenden woningen in de Bollenstreek en iedereen beseft dat de aanleg van nieuwe wegen die plannen alleen maar dichterbij brengt. Overigens is de vrees voor grootschalige woningbouw ook momenteel voor veel tegenstanders een belangrijke reden voor hun verzet.

Maar om politiek redenen kentert kort na de eeuwwisseling het tij een beetje. Om Holland Rijnland echt van de grond te krijgen wordt onder meer een investeringsfonds opgericht. Na veel plussen en minnen besluiten de gemeenten daar gezamenlijk 140 miljoen in te stoppen. De Leidse regio kan het geld goed gebruiken voor de Rijnlandroute, die Leiden moet verlossen van veel doorgaand verkeer. Bovendien heeft de Bollenstreek zijn woningbouwopgave doorgeschoven naar de voormalige vliegbasis Valkenburg. Daar moeten minstens 5.000 woningen komen en ook daarvoor wordt de Rijnlandroute een belangrijke weg.

Onbespreekbaar De Bollenstreek heeft ook wel een lijstje, maar dat is bij lange na niet genoeg om de aan de streek toebedeelde helft van die 140 miljoen op te maken. De bollengrond is immers heilig verklaard om de levensvatbaarheid van de bollenteelt te waar- borgen en de bollenstad buiten de deur te houden. Dat betekent geen grote bouwprojecten en voor meer groen en/of water is op de bollengrond al evenmin ruimte. Het geld alsnog naar de Leidse regio schuiven is onbespreekbaar: dat zou onmiddellijk het einde betekenen voor de prille en nog wankele regionale samenwerking. En zo komt uiteindelijk het idee naar boven om dan toch maar iets te gaan doen aan het verbeteren van de oost-westverbinding. Daar kun je namelijk flink wat geld aan uitgeven. En het is ook best handig voor de handels- en exportbedrijven in de streek, is de redenering. Uiteindelijk wordt ruim 40 van de 70 miljoen gereserveerd voor de NOG.

 

Sjaak Smakman

s.smakman@hollandmediacombinatie.nl