Stroomvoorziening in Europa is stroom zonder grenzen

07-12-2016 De Volkskrant Hoe afhankelijker we worden van wind- en zonne-energie, hoe belangrijker het wordt de stroom goed te gebruiken. Dit betekent: zorg voor opslag en zorg voor transport over landsgrenzen. En laat de prijs variëren. De beeldschermen aan de wand vertonen patronen die doen vermoeden dat hier een treinenloop wordt beheerd, maar dat is niet het geval. Dit is de controlekamer van TenneT, de beheerder van het nationale hoogspanningsnet. Het is rustig in de superbeveiligde controlezaal (fotograferen verboden). Een handvol mannen houdt de schermen in de gaten. ‘Je ziet dat het in Duitsland niet waait’, zegt een van de operators. ‘Dus komt er weinig stroom van de windmolens, maar een probleem is het niet.’

Steeds meer zijn de regelaars van TenneT bezig met het weer. Waait het hard op de Noordzee, dan komt er veel windenergie uit Noord-Duitsland. Schijnt de zon fel in Noord-Frankrijk, dan komt daar veel zonne-energie vandaan.

Variaties in de productie storen zich niet aan grenzen. Netwerkbeheerders zoals TenneT moeten ervoor zorgen dat de vraag naar en het aanbod van stroom in Europa altijd op elkaar zijn afgestemd. Tot nu toe is dat een makkie. Het prijsmechanisme doet het meeste werk. Dreigt er een stroomtekort, dan stijgt de elektriciteitsprijs en zetten energiemaatschappijen meer centrales aan. Voor pieken heeft TenneT altijd 1.000 megawatt aan centrales tot zijn beschikking die het vanuit de controlekamer naar believen kan aan- en uit zetten.

Dit wordt een ander verhaal naar mate steeds meer wind- en zonne-energie het netwerk op komt, zegt bestuursvoorzitter Mel Kroon van TenneT. ‘Nu reageert de vraag naar elektriciteit niet op de prijs, en de productie juist sterk. Maar een windturbine of een zonnepaneel reageert niet op de prijs. Als wind- en zonne-energie meer dan 20 procent van het aanbod bepalen, wordt het potentieel lastig het evenwicht te handhaven.’

Die 20-procent grens wordt binnen vijf à zes jaar bereikt. Nu al sluiten gascentrales, die qua stroomvoorziening juist het flexibelst zijn. In oktober kondigden Engie en RWE aan een deel van hun gascentrales te sluiten, van de markt gedrukt door goedkope windenergie.

Drie strategieën moeten in de toekomst het evenwicht tussen vraag en aanbod verzekeren.

1 de stroomprijs gaat variëren

Als de productie niet meer op de prijs reageert, moet de consumptie dat doen. Dat wordt een opdracht aan het bedrijfsleven, dat 80 procent van de stroom verbruikt. Kroon: ‘Op het moment dat stroom duur is, kunnen bedrijven productieprocessen wat langzamer laten draaien. Dat levert ze geld op. Koelhuizen kun je bijvoorbeeld best een paar uur uitzetten.’

Ook consumenten zullen eraan moeten geloven, of beter gezegd: van kunnen profiteren. ‘We gaan naar slimme meters toe, waarbij de consument de prijs betaalt die stroom op dat moment waard is.’ Natuurlijk zouden ze de was kunnen doen op het moment dat de zon volop schijnt, maar Kroon kijkt vooral verlekkerd naar de batterij van de elektrische auto. ‘Als stroom duur is, omdat het niet waait en de zon niet schijnt, kun je ervoor kiezen je accu trager op te laden. Of zelfs stroom te leveren.’ Voor deze laatste truc moet je overigens geen Tesla hebben: die kan geen stroom afgeven aan het net.

Als woningen en gebouwen van het gasnet af gaan, zal een deel ervan voor verwarming zijn aangewezen op warmtepompen. Die moeten in de zomer warmte de grond in pompen, zodat die in de winter kan worden benut voor de verwarming. Kroon: ‘Dat moeten ze dus doen als er heel veel stroomaanbod is.’

2 experimenteren met de opslag van stroom

Naarmate de zon meer stroom gaat leveren, wordt opslag ervan bijvoorbeeld in accu’s steeds interessanter. Het installeren van accu’s zal dus financieel moeten worden gestimuleerd, zegt Kroon. Sommige elektriciteitsbedrijven experimenteren al. Zo plaatst Nuon (Vattenfall) in het voorjaar bij windpark Alexia in Zeewolde zeecontainers vol met auto-accu’s, genoeg voor 2.000 huishoudens.

Misschien wel de grootste belofte is die van de ammoniakcentrale die Nuon ontwikkelt. Nuon wil zijn centrale in de Eemshaven, die is ontworpen voor brandstoffen variërend van steenkool tot gas, op termijn stoken op ammoniak. Die wordt gemaakt als er stroom zat is van zon of wind. De ontwikkeling van het plan zal nog enkele jaren vergen.

3 Transport over grotere afstanden wordt cruciaal

Is het windstil, geheid dat het elders in Europa waait. Met zon is het niet anders. Om windstille en/of sombere tijden door te komen, is transport van stroom cruciaal. Voor uitbreiding van de transportcapaciteit heeft TenneT 20 miljard euro uitgetrokken, voor 10 jaar.

Daarbij gaat het vooral om grote afstanden door heel Europa. TenneT bouwt de ene ‘interconnector’ na de andere: grensoverschrijdende kabels die Nederland verbinden met Duitsland of België, waardoor de handel met die landen toeneemt. Gevolg daarvan is dat de elektriciteitsprijs in Nederland daalt, omdat het overschot van bijvoorbeeld Duitse windmolens de Nederlandse markt op kan. Vijftien jaar geleden was stroom in Nederland 15 procent duurder dan in Duitsland. Dat verschil is nu verwaarloosbaar. In de Noordzee liggen steeds meer kabels die landen met elkaar verbinden. En er komen er nog veel meer.

Vooral kabelverbindingen naar Noorwegen zijn interessant. Kroon: ‘Noorwegen wil de accu van Europa zijn.’ Het land heeft alleen waterkrachtcentrales. Als er te veel windstroom is in Europa, kan Noorwegen water in zijn stuwmeren opslaan. Is er een tekort, dan laat het zijn stuwmeren extra hard leegstromen. In een later stadium zou een continentaal stroomoverschot gebruikt kunnen worden om water in Noorwegen naar boven te pompen, om de stuwmeren te vullen.

De kabels op de zeebodem zijn gelijkstroomkabels. Deze hebben een lagere weerstand dan wisselstroomkabels, maar zijn wel veel duurder. Daarom zijn ze tot nu toe nooit voor stroomverbindingen op land gebruikt. Kroon: ‘We zijn nu met netbeheerders in gesprek of we drie gelijkstroomkabels kunnen aanleggen, van de Noordzee tot in Zuid-Duitsland.’ Südlink, een nieuwe noord-zuidverbinding die TenneT in Duitsland wil realiseren, zou in conventionele vorm 3 miljard euro kosten. De gelijkstroomvariant gaat zeker 10 miljard kosten.

WINDEILAND OP DE DOGGERSBANK

Wat Schiphol nooit lukte, denkt TenneT voor elkaar te kunnen krijgen: een windeiland in de Noordzee. Liefst op de Doggersbank, midden tussen Nederland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Denemarken in.

Het plaatsen ervan is duur. De bouwkosten zijn tien keer zo hoog als op land en een stroomkabel naar de Nederlandse kust kost goud geld. De geraamde kosten zijn een miljard euro. TenneT denkt er een reeks problemen mee op te lossen. Bovendien kan het een knooppunt worden van de handel in stroom. De kabels worden daardoor veel intensiever gebruikt dan alleen voor het aansluiten van windmolens. Zo wordt de investering rendabeler worden. Of het eiland er ook gaat komen? In geen geval voor 2050.

Waait het hard op de Noordzee, dan komt er windenergie uit Noord-Duitsland. Schijnt de zon in Noord-Frankrijk, dan komt daar zonne-energie vandaan.

auteur Gerard Reijn

(c) De Volkskrant 2016 alle rechten voorbehouden