Strenge opstelling DNB bij rekenrente pensioenfondsen

02-10-2018 Het Financieel Dagblad De strenge opstelling van De Nederlandsche Bank (DNB) en het kabinet over de rekenrente van pensioenfondsen bemoeilijkt een compromis in de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Dat zeggen ingewijden rondom de onderhandelingen in de Sociaal-Economische Raad (SER).
Pensioenfondsen zijn onaangenaam verrast.
DNB-president Klaas Knot stuurde vorige week een brief naar de Tweede Kamer waarin hij het idee afwijst dat de rekenrente voor pensioenfondsen omhoog kan. Dat vindt ook minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken (D66). Een hogere rekenrente is een van de plannen van sociale partners voor een nieuw pensioenstelsel. Daardoor kunnen sommige fondsen een korting op de pensioenen waarschijnlijk vermijden.
‘Dit brengt een akkoord niet dichterbij’, zegt bestuurder Benne van Popta van PMT, een van de grootste vijf Nederlandse pensioenfondsen. ‘Het is bovendien in strijd met wat DNB eerder heeft gezegd en met wat gangbaar is in Europa.’ Ook directeur Peter Borgdorff van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) ‘begrijpt de brief niet’.

Buffers
De gesprekken in de SER over een nieuw pensioencontract duren al anderhalf jaar langer dan de bedoeling was. Werknemers, werkgevers en de onafhankelijke kroonleden, waaronder het Centraal Planbureau (CPB) en DNB, worden het maar niet eens over een nieuw stelsel, dat bestendiger moet zijn tegen de veranderingen in de arbeidsmarkt, de aanhoudend lage rente en de vergrijzing. Al een paar weken gaan geruchten dat een akkoord ophanden is, maar het is er nog steeds niet.
De discussies gaan onder meer over de rekenrente en de regels die bepalen hoe snel pensioenfondsen moeten korten of mogen indexeren. De onderhandelaars van werkgevers en werknemers willen een nieuw pensioencontract waarbij het pensioen dat deelnemers krijgen, minder zeker is dan nu. Hierdoor zijn er minder grote buffers nodig en kunnen fondsen de pensioenen eerder met inflatie verhogen.

Pensioenpotjes
Maar in een side-letter bij het eerder dit jaar uitgelekte concept van het pensioenakkoord schrijven de onderhandelaars ook dat bij een minder zeker pensioen,de rekenrente omhoog kan. Daardoor stijgen de dekkingsgraden van pensioenfondsen, worden de buffers groter, de kans op kortingen kleiner en komt indexatie sneller dichterbij. Dat idee krijgt onder andere bijval van 50Plus in de Tweede Kamer en oud-ABP-bestuurder Jean Frijns. Die verwijzen naar de historische rendementen van pensioenfondsen, die veel hoger zijn dan de risicovrije rente die nu de basis is voor de rekenrente. Bovendien, zo zei Frijns eerder in het FD, als pensioen niet ‘risicovrij is’, zouden fondsen ook de risicovrije rente niet hoeven te gebruiken.
In de pensioensector zijn eerdere opmerkingen van DNB-bestuurders uitgelegd als een opening voor deze visie. Maar volgens de brief van Knot is de risicovrije rente de enige juiste rekenrente, zolang pensioenfondsen een bepaalde uitkering uit een collectieve pot beloven. Alleen bij een ‘zuiver beschikbare premieregeling’, in de volksmond bekend als het persoonlijke pensioenpotje, is dat niet meer het geval. Dan mag een fonds een verwacht rendement melden. Maar in de SER is onvoldoende steun voor persoonlijke potjes, bleek vorig jaar.

AOW-leeftijd
Wel is Knot het met sociale partners eens dat de buffers omlaag kunnen, als het pensioen minder zeker wordt. ‘Dat levert niets op’, zegt Borgdorff van PFZW. Hij is bang dat dit geen oplossing biedt voor miljoenen pensioenen waar nog kortingen dreigen vanwege aanhoudend lage dekkingsgraden bij de pensioenfondsen. ‘Als de rekenrente rekening houdt met toekomstig rendement, dan stijgt de dekkingsgraad onmiddellijk tot een niveau waarop wij in elk geval niet op een verlaging in 2020 of 2021 afgaan’, aldus Borgdorff tegen PensioenPro en het FD.
De discussie over de rekenrente en de buffers is overigens niet de enige drempel voor een akkoord. Op tafel ligt ook nog de eis van de FNV dat de AOW-leeftijd minder snel stijgt. En de eis van met name CNV en VCP dat niemand erop achteruit mag gaan door de afschaffing van de ‘doorsneesystematiek’, waardoor jongeren de pensioenen van oudere werknemers ‘subsidiëren’. Hierdoor dreigt een gat van tientallen miljarden in de pensioenopbouw van oudere werknemers.