Provincies: ontzie de extensieve veeteelt

08-10-2015 Haarlems Dagblad  Extensieve veehouderijen, die een duurzame landbouw nastreven en die geen aandeel hebben in het mestprobleem moeten door staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken worden ontzien. Zij zouden niet verplicht moeten worden om te investeren in fosfaatrechten. Dat vinden westelijke en noordelijke provincies. Namens een coalitie – bestaande uit de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Groningen, Friesland en Drenthe – bracht de Noord-Hollandse gedeputeerde dit standpunt in bij een hoorzitting in de Tweede Kamer over de situatie in de melkveehouderij.

Fosfaatrechten
Aanleiding is de aankondiging van een nieuw fosfaatrechtensysteem door staatssecretaris Dijksma. Dit systeem zou nodig zijn omdat de melkveehouderijen meer fosfaat produceren – sinds het loslaten van de melkquota – dan volgens afspraken binnen de Europese Unie is toegestaan.
De provincies onderschrijven de inzet van de staatssecretaris om het overschot van fosfaat uit mest te beperken. Er is nu echter nog veel onduidelijkheid over de fosfaatregeling. Hierdoor is ongerustheid ontstaan onder melkveehouders die – anticiperend op het loslaten van de melkquota – al fors hebben geïnvesteerd in koeien en stallen en niet weten hoeveel geld ze in de toekomst kwijt zijn aan fosfaatrechten.

Koppeling
De provincies vinden dat er een koppeling moet komen tussen de fosfaatproductie met de hoeveelheid grond die een boer in gebruik heeft. Volgens de provincies zorgt zo’n koppeling op de langere termijn voor een duurzamer systeem.

,,Onze vrees is dat extensieve boeren moeten bloeden voor een probleem dat zij niet hebben veroorzaakt’’, aldus gedeputeerde Bond. ,,Probeer diegenen die het goed doen uit te zonderen.’’

De provincies vragen het ministerie van Economische Zaken het systeem zó uit te werken dat er geen handel in fosfaatrechten ontstaat. En de rechten dus geen geldelijke waarde krijgen. Veehouders kunnen hun investeringen dan volledig inzetten voor een duurzame landbouw. Uitgangspunt is dat de boer voldoende geld verdient en er voldoende grond en ruimte is voor de natuur om te groeien en te bloeien.

In de betrokken provincies zijn bijna 800 bedrijven die extensief zijn en in principe nog zouden kunnen groeien voordat het evenwicht tussen de mestproductie en de hoeveelheid grond wordt verstoord.

Auteur roel van leeuwen