Windmolens bij de kust mogen er gewoon komen

07-12-2016 Leidsch Dagblad   Pogingen van de kustgemeenten om plaatsing van windmolens op 18,5 kilometer van de kust tegen te houden, zijn op niets uitgelopen. De hoop was dat met een meerderheid in de Tweede Kamer het besluit van het kabinet nog kon worden teruggedraaid, maar een CDA-motie in die richting is gisteren ruimschoots verworpen.

Het kabinet kan dus door met het plan voor de grootste maritieme windmolenparken ter wereld. Na de realisatie van grote kavels voor de kust van Borssele, worden twee 700 Megawatt parken gerealiseerd bij Zuid-Holland. Aansluitend komt er ook nog een gebied met turbines voor Noord-Holland. De eerste kavels bij Zuid-Holland worden najaar 2017 aanbesteed. In 2018 volgt het overige deel van dit park en 2019 wordt duidelijk wie de windmolens bij Noord-Holland mag bouwen. Oplevering van de parken bij de Hollandse Kust staan gepland voor respectievelijk 2021, 2022 en 2023. Borssele moet in 2020 op volle kracht draaien. Naar verwachting zullen de turbines zo’n 25 jaar stroom leveren.
Voorheen moesten de bouwers van windmolens een heel proces doorlopen. Doordat de aanleg van het elektriciteitsnet is uitbesteed aan Tennet en de overheid zelf onderzoeken heeft gedaan naar de opbouw van kavels, bodem, windsnelheden en watergegevens zijn de bedrijven nu vooraf op de hoogte van de risicofactoren. Zo is bij de aanbesteding van Borssele volgens minister Henk Kamp een kostenreductie van veertig procent bereikt. Nieuwe aanbestedingen zullen naar verwachting nog lager uitvallen.
De kustgemeenten vrezen ondertussen de rekening te moeten betalen. Een aangetaste horizon zou toeristen afstoten, met alle economische gevolgen van dien. Ze hopen nog op verzet vanuit de Eerste Kamer, maar het is maar zeer de vraag of de bewindslieden naar de senaat worden geroepen.

auteur Peter van der Hulst

(c) Leidsch Dagblad 2016 alle rechten voorbehouden