Provincie start de gemeentelijke herindeling in de Gooi en Vechtstreek

09-02-2017 Gooi- en Eembode Provincie wil maximaal drie gemeenten in de regio. De provincie start de wettelijke procedure voor gemeentelijke herindeling in de Gooi en Vechtstreek om te komen tot maximaal drie gemeenten. Dit is nodig om de lokale en regionale bestuurskracht te versterken.

De eerste fase van de procedure is dat de provincie open overleg gaat voeren met de gemeenten in de regio. Na deze fase besluiten Gedeputeerde Staten (GS) of de procedure voor enkele of alle gemeenten wordt voortgezet. GS reageren hiermee op de zienswijzen die de gemeenten hebben ingediend op zowel het bestuurskrachtonderzoek Regio Gooi en Vechtstreek, dat vorig jaar is uitgevoerd in opdracht van de provincie en de gemeenten Blaricum, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren, als de toekomstvisie van Weesp, die is gebaseerd op de onderzoeksrapporten ’Weesp in dialoog’ en ’Bestuurskracht Weesp’.

Conclusies

Conclusies van het bestuurskrachtonderzoek zijn onder meer dat de lokale bestuurskracht van Wijdemeren en de regionale bestuurskracht van de regio onvoldoende zijn. Weesp heeft een eigen onderzoek gedaan, waaruit bleek dat ook de bestuurskracht van Weesp onvoldoende is. Uit de zienswijzen van de gemeenten en gevoerde overleg daarover bleek dat de gemeenten de bestuurskrachtproblemen van Weesp, Wijdemeren en de regio onderkennen, maar zeer verschillend denken over de bestuurlijke toekomst. De verschillende standpunten over de bestuurlijke toekomst zijn lastig te combineren en verschillende gemeenten verwachten een regierol van de provincie. In 2013 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan de provincie Noord-Holland gevraagd om in de aanloop naar de nieuw te vormen gemeente Gooise Meren te komen tot een regionale visie voor de bestuurlijke toekomst van de Gooi en Vechtstreek. Daarna zijn de onderzoeken verschenen ’Samenwerking Gooi en Vechtstreek’ (2013) en ’Gooi en Vechtstreek: regio met een plus!?’ (2014). GS hebben in 2016, na advies aan de minister van BZK, besloten een onderzoek te laten doen naar de lokale en regionale bestuurskracht.