Jong gezin ontvlucht de stad

07-11-2017 De Telegraaf  CBS: Velen verhuizen binnen vier jaar na geboorte eerste kind. Jonge gezinnen ontvluchten massaal de grote stad voor een grotere woning met een tuin in een nabijgelegen gemeente. Met name de vier grote steden moeten afscheid nemen van ouders met jonge kinderen.

De zoektocht naar een nieuwe woning was een hels karwei voor Liselotte Maas (41), haar man Siebe-Geert de Boer (44) en hun drie kinderen Marloes (9), Friso (7) en Merel (4).
Het gezin wilde aanvankelijk niets liever dan in Utrecht blijven. „Wij woonden in een heel mooi appartement in de binnenstad, maar met drie kinderen vonden we het toch wat te klein worden. In Utrecht zelf konden we echt niets betaalbaars vinden met een tuin. Dus zijn we uitgeweken naar Driebergen, vijftien kilometer verderop.”
Met de verhuizing naar de buurgemeente heeft Liselotte een appartement met balkon ingeruild voor een ruim huis met 120 vierkante meter tuin. Waar het gezin in Utrecht uitkeek op een ander appartementencomplex, is het uitzicht nu een beschermd natuurgebied. „Onze vaste maandlasten zijn wel gestegen van 800 naar 1400 euro netto, maar dat is geen probleem zolang we allebei werken”, zegt Liselotte.

Jonge gezinnen
Jonge gezinnen verkiezen en masse de rust en ruimte buiten de stad boven de drukte en dynamiek van het stadscentrum als zij kinderen hebben, blijk uit vandaag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over 2016. Amsterdam is koploper. Vier van de tien jonge gezinnen verhuizen binnen vier jaar na de geboorte van het eerste kind. Dat is vier keer zoveel als tijdens het onderzoek van het jaar daarvoor. Ook Utrecht (34 procent), Rotterdam (28 procent) en Den Haag (27 procent) zien een groot deel van de jonge gezinnen uit de stad verdwijnen.

Hogere inkomens
„Bij de hogere inkomens is die verhuisbereidheid het grootst”, zegt Jan Latten, hoofddemograaf van het CBS en hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam. „Van de Amsterdamse gezinnen die tot de twintig procent hoogste inkomens horen, verlaat ruim de helft de stad en dat is in Utrecht ruim veertig procent.”
Die enorme verhuisbereidheid legt een grote druk op de woningmarkt in de randgemeenten van de grote steden. „In Amsterdam zien we de trend al even van gezinnen die vertrekken”, zegt voorzitter Sven Heinen van Makelaarsvereniging Amsterdam. „Dat heeft ertoe geleid dat de woningdruk op plaatsen als Amstelveen of Duivendrecht enorm is toegenomen en de prijzen daar inmiddels al zo hoog zijn dat de huizen daar voor veel jonge gezinnen al niet meer toegankelijk zijn. Wij verwijzen ze dan naar iets verder gelegen gemeenten, zoals bijvoorbeeld Almere.”

Olievlek
Dat de druk op de huizenmarkt zich als een olievlek om de grote stad verspreidt, is niet voorbehouden aan Amsterdam. Ook in de regio tussen Rotterdam en Den Haag wordt het voor veel stellen met jonge kinderen steeds lastiger om betaalbare woonruimte te krijgen die ook aan de wensen voldoet.
Jouke-Anne Hoekstra en Nina Yu, beiden 37 jaar, zijn enkele maanden geleden Rotterdam-Zuid ontvlucht om in het veel rustiger Poortugaal hun baby Hannah te krijgen. „We zochten eerst iets boven Rotterdam, maar ook daar waren de huizen met een redelijke tuin te duur. Hier in Poortugaal, onder Rotterdam, hebben we een mooie rijtjeswoning gevonden met een tuin van twaalf meter diep voor 266.000 euro. Wij wilden ons kind echt niet in Rotterdam-Zuid opvoeden. Die buurt verloedert, vooral door de Oost-Europeanen.”
De verhuisbereidheid onder jonge gezinnen met een migrantenafkomst is overigens veel kleiner. Zeker Turkse en Marokkaanse gezinnen blijven hun buurt trouw, ook al gaan zij meer verdienen. „Ze zitten vaak in wijken waar de voorzieningen, zoals het winkelaanbod, zijn aangepast aan hun afkomst”, legt Latten uit.
In de reportageserie ’De nieuwe woningnood’ staat de vraag centraal hoe Nederland omgaat met het grote tekort aan goede, betaalbare woonruimte. Eerder in deze serie: ’Houden van Lelystad’, ’Huizenmarkt kraakt nog jaren’, ’Huiseigenaar in ongewisse’ en ’Wie bedwingt de huizengekte’.
’We wilden ons kind niet in Rotterdam-Zuid opvoeden’