Wat betekent Rutte III voor de ouderen TWEE?

20 okt 2017 Elsevier Weekblad De financiën van ouderen gaan de komende jaren flink op de schop: een ander pensioenstelsel, betalen voor een afgelost huis. Maar ook gaan veel zorgkosten omlaag, evenals diverse belastingen. Hoe pakt dat uit?
Houdt u als gepensioneerde meer of minder geld over aan de plannen van het kabinet-Rutte III? Het aantal maatregelen is zo groot, dat het moeilijk is overzicht te krijgen. Meer nog dan werkenden, zijn er tussen ouderen grote verschillen in koopkracht: de een gaat er flink op vooruit, de ander juist op achteruit. Elsevier Weekblad zet de zeven belangrijkste veranderingen voor de portemonnee op een rij.

Zorg goedkoper
In al het andere formatienieuws is het enigszins ondergesneeuwd: de eigen bijdragen aan de gezondheidszorg gaan fors omlaag. Dan gaat het niet alleen om het eigen risico bij de zorgverzekering dat bevroren blijft op 385 euro. Ook de eigen bijdragen aan de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), verzorgd door de gemeente, de Wet Langdurige Zorg (WLZ) en de eigen bijdragen aan medicijnen, gaan fiks omlaag.

Wie bijvoorbeeld gebruik maakt van huishoudelijke hulp of andere hulp die valt onder de WMO, betaalt vanaf 1 januari 2019 alleen nog een ‘abonnementstarief’ van maximaal 17,50 euro per vier weken. Nu verschilt het nog per gemeente hoeveel u betaalt; soms moet u extra betalen als u veel spaargeld hebt. Per 2019 maakt het dus niet meer uit hoeveel WMO-zorg u gebruikt en hoeveel u verdient, of hoe gevuld uw spaarrekening is.

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is deze maatregel vooral gunstig voor midden- en hogere inkomensgroepen die WMO-zorg gebruiken. Gemeenten lopen volgens de Vereniging 290 miljoen mis door deze regel: geld dat in de portemonnee van de zorggebruiker blijft.

Vermogen telt minder mee
Ook de vermogensbijtelling volgens de WLZ, bijvoorbeeld voor mensen in een tehuis, gaat omlaag. Nu zijn mensen met een klein pensioen, maar een grote spaarpot, al snel 8 procent van hun vermogen per jaar kwijt als eigen bijdrage aan deze zorg. De bijdrage kan oplopen tot ruim 2.000 euro per maand. Het percentage van uw vermogen dat wordt meegeteld, wordt in 2019 gehalveerd tot 4 procent.
Nadelig is dat de periode dat mensen ‘korting’ krijgen op de eigen bijdrage van de WLZ-zorg, daalt van 6 naar 4 maanden: u betaalt sneller het reguliere tarief.
De eigen bijdrage die mensen soms moeten betalen voor medicijnen, wordt in 2019 gemaximeerd op 250 euro per persoon.

Meer ouderenkorting
Goed nieuws is er voor gepensioneerden met een redelijk pensioen. De ‘kortingsbon’ die de fiscus ouderen geeft (ouderenkorting), kent een ‘harde knip’, maar die verdwijnt: wie minder dan 36.057 euro aan inkomen heeft, krijgt 1.292 euro ‘korting’ op de belastingaanslag. Is dat 1 euro meer, dan is die korting nog maar 71 euro.

Het nieuwe kabinet verhoogt de ouderenkorting met 160 euro. Ook verdwijnt de harde knip. Vanaf 2019 wordt de ouderenkorting vanaf ongeveer 36.000 euro langzaam afgebouwd. Voor elke 100 euro extra inkomen, verliest u 15 euro ouderenkorting. Deze maatregel is vooral gunstig voor ouderen die tussen de 36.000 en 46.000 euro inkomen per jaar hebben.

Geen vlaktaks AOW’er
Ook veranderen de belastingschijven. Voor AOW’ers komen er niet slechts twee belastingschijven, zoals voor werkenden. Omdat AOW’ers geen AOW-premie betalen, zijn hun eerste twee belastingschijven lager dan voor werkenden. Dat blijft het geval.

Naar verwachting zullen de laagste twee schijven (nu 18,65 procent tot zo’n 20.000 euro en 22,9 procent tot zo’n 34.000 euro) opgaan in één schijf van rond de 19 procent.

Vermogen minder belast
Grofweg de helft van de ouderen heeft zoveel vermogen (25.000 euro) dat zij daarover belasting moeten betalen in box 3. Niet alleen hoeven zij minder te gaan betalen voor zorg, ook hun belasting daalt flink. Het heffingsvrij vermogen stijgt, en de belasting daalt in het kielzog van de gedaalde rente.

Een alleenstaande met 100.000 euro betaalde daar in 2016 nog ruim 900 euro belasting over. Dat wordt naar verwachting minder dan de helft in 2018.

Aflosboete
Een ander vermogensdeel wordt juist zwaarder belast: het (bijna) hypotheekvrije huis. Deze ‘aflosboete’ raakt vooral ouderen. De helft van de AOW’ers met een huis heeft een hypotheek van minder dan 86.000 euro.

Vanaf 2019 gaat deze maatregel in, uitgesmeerd over dertig jaar. Op korte termijn valt deze lastenverhoging nog mee.

Pensioenhervorming
Al jaren hangt het boven de markt: een grootscheepse hervorming van het pensioenstelsel met meer individuele pensioenpotjes, in plaats van één grote pensioenpot. En: een pensioen met minder zekerheid. In het Regeerakkoord spreekt het nieuwe kabinet zich uit voor een dergelijke hervorming, al zijn de details nog steeds niet bekend.

Wat de invloed van een hervorming op gepensioneerden heeft, is dan ook niet met zekerheid te zeggen. De Sociaal-Economische Raad, waar werkgevers en vakbonden over de hervorming praten, wil nog niets zeggen over de gevolgen voor ouderen.

Stabiel pensioen
Wel is duidelijk dat de bulk van de voorgestelde hervorming betrekking heeft op werkenden. Zo is een belangrijke vraag of jonge werkenden niet te veel pensioenpremie betalen ten opzichte van oudere werknemers. Hoe die vraag ook wordt beantwoord – het heeft geen invloed op de huidige gepensioneerden, bevestigt het Centraal Planbureau (CPB) in een recent rapport.

In het Regeerakkoord staat dat Rutte III veel waarde hecht aan de ‘stabiliteit van de uitkering’. Het ziet er dus niet naar uit dat ouderen afscheid hoeven te nemen van hun relatief stabiele pensioen. Rutte III is sowieso niet van plan om het pensioenstelsel voor 2020 te hervormen. En als het zover is, is het aan individuele pensioenfondsen om te bepalen of zij daarin meegaan.

Pensioenfondsen gezonder
Pensioenfondsen zijn daarnaast flink aangesterkt de laatste tijd. De dekkingsgraden van diverse grote fondsen zijn in het derde kwartaal gestegen. Ambtenarenfonds ABP en zorgfonds PFZW, de twee grootste fondsen, hebben inmiddels allebei een actuele dekkingsgraad van meer dan 100 procent. Ofwel: er zit weer genoeg geld in kas om alle toekomstige verplichtingen na te komen. Al is het nog niet genoeg om de pensioenen te verhogen de komende jaren.

Het pensioenfonds voor de bouw (bpfBOUW) durft er met een dekkingsgraad van 117 procent wel voorzichtig op te hinten dat een kleine verhoging van de pensioenen ‘in de nabije toekomst […] dichtbij’ is.

Koopkracht door lagere taks
Een verhoging van de pensioenen, na jaren van nullijn, zou zeer gewenst zijn voor de koopkracht van ouderen. De afgelopen jaren is hun koopkracht vooral op peil gebleven door belastingen te verlagen. Dat zal ook de komende jaren weer zo zijn.

Het CPB rekent de komende jaren op een jaarlijkse koopkrachtplus van 0,7 procent voor gepensioneerden. Weliswaar minder dan voor werkenden, maar wel meer dan veel ouderen er de afgelopen jaren bij kregen.

Sommigen toch in de min
Per individu kan het koopkrachtplaatje er wel anders uitzien. Hebt u al uw geld in uw hypotheekvrije huis zitten, dan wordt u wel geraakt door de aflosboete, maar hebt u geen profijt van de lagere vermogensbelasting. Voor weer een ander zullen deze twee effecten elkaar juist opheffen. Wie nu veel zorg gebruikt, heeft profijt van de lagere eigen bijdragen; wie nu geen zorg gebruikt, gaat er juist op achteruit als diegene zorgbehoevend wordt.

Maar al met al is het voor ouderen geen slechte uitgangspositie: de meesten gaan erop vooruit.

Joris Heijn (1985) schrijft over de financiële sector voor de redactie Economie, waaronder banken, verzekeraars en pensioenfondsen.