Connexxion wil dat NS meer data reizigersverkeer vrijgeeft

31-01-2018 Het Financieel Dagblad Topman waarschuwt dat deur-tot-deurvervoer nu niet van grond kan komen. Spoorvervoerder NS moet meer data over het reizigersverkeer ter beschikking stellen aan de andere partijen in de vervoerssector. Dat is belangrijk als Nederland wil voorkomen dat het verkeer op alle gebieden vastloopt.
Dit stelt ceo Bart Schmeink van Transdev Nederland, het moederbedrijf van regionaal vervoerder Connexxion. Volgens hem houdt de NS gegevens over bezettingsgraden, en verkochte producten en transacties voor zichzelf om de eigen positie te beschermen, terwijl andere partijen die data nodig hebben om een vervoersproduct op maat te kunnen maken.

Zo’n product op maat— dat wil zeggen zonder schotten tussen trein, bus, taxi, fiets of straks de zelfrijdende auto— wordt in de vervoerswereld gezien als de heilige graal om stedelijke gebieden in de toekomst bereikbaar te houden. Mensen zijn eerder geneigd om de auto te laten staan als er een goed en duidelijk aanbod van openbaar vervoer is. Zeker als de reiziger geen zorg meer hoeft te hebben over de zogeheten‘last mile’, het laatste stukje naar de eindbestemming.

‘Als andere vervoerders en nieuwe digitale spelers geen dieper inzicht krijgen in het gebruik van het hoofdrailnet— een uitermate belangrijk onderdeel van die reis— komen van deur-tot-deurreisproducten nooit echt van de grond’, aldus Schmeink. Hij zegt dat in aanloop naar een rondetafelgesprek over de marktordening op het spoor, dat vandaag in de Tweede Kamer wordt gehouden. Volgens de Transdev-topman maakt het gebrek aan informatie het voor andere partijen lastiger om een commercieel interessant aanbod in de markt te zetten.

Een NS-woordvoerder verwijst naar een recente Kamerbrief van staatssecretaris Stientje van Veldhoven over het delen van data in het openbaar vervoer. Daarbij maakt zij onderscheid tussen data met maatschappelijk nut en concurrentiegevoelige marktinformatie, zoals gegevens over‘de proposities die NS als bedrijf heeft ontwikkeld’ en de‘businessmodellen’.
In het eerste geval is er nu beleid dat informatie altijd vrij wordt gegeven tenzij dit stuit op bijvoorbeeld bezwaren van privacy of mededinging. In het tweede geval gebeurt dat niet. Transdev-ceo Schmeink vindt dat niet te toetsen is hoe die afweging wordt gemaakt.

Volgens Schmeink is het openbaar maken van data—‘wij en andere regionale vervoerders worden daar door onze opdrachtgevers al toe verplicht’— een belangrijke stap om over te kunnen stappen van het aanbieden van een enkel vervoersproduct naar het aanbieden van‘mobiliteit’. In jargon wordt dat‘mobility as a service’ genoemd, kortweg MaaS.
‘Ik steun dan ook het recente pleidooi van Viktor Mayer-Schönberger in FD Weekend dat het datamonopolie van grote concerns moet worden doorbroken om meer bedrijvigheid en innovatie te bereiken’, zegt Schmeink.

Hij wijst op eerdere ontwikkelingen in andere sectoren. Met de intrede van het nummerbehoud ontwikkelde de telecom zich tot een bulkmarkt waarbij de consument het product kiest dat qua belminuten en databundel het beste bij hem past.‘En in de hotelmarkt heeft de opkomst van Airbnb en Booking.com geleid tot een hogere bezettingsgraad, hetzelfde kan ook gebeuren in het openbaar vervoer als daar nieuwe spelers opstaan.’

Als de data worden vrijgegeven en andere aanbieders producten kunnen ontwikkelen, zoals kaartjes met veel korting bij lege treinen in de daluren, kan ook het aandeel van de trein in de totale mobiliteit toenemen, verwacht Schmeink.

Auteur Arend Clahsen