GS tegen voorgestelde werkwijze tussen Blaricum, Huizen en Laren

21-02-2018 Laarder Courant de Bel Gedeputeerde Jack van der Hoek zegt dat GS in november 2017 – na het ‘open overleg’ met de gemeenten – zelf de knoop hebben moeten doorhakken met betrekking tot de gemeentelijke herindeling.
‘Het is een misverstand te denken dat ‘open overleg’ betekent dat de standpunten van alle partijen worden overgenomen. Dat kon ook niet, omdat de gemeenten zeer verschillende standpunten hadden. Op zo’n moment neemt de provincie haar verantwoordelijkheid.’

Randvoorwaarden
Van der Hoek snapt dat het GS-besluit de gemeenten Huizen, Blaricum en Laren het meest heeft verrast. ‘Dat komt doordat hen tijdens het open overleg is gezegd dat een eigen, goed voorstel voor versterking van de bestuurskracht een alternatieve oplossing zou kunnen zijn. GS hadden de gemeenten wel een aantal randvoorwaarden meegegeven. Maar de mogelijkheid geven tot een alternatief voorstel betekent nog niet dat het ook gehonoreerd wordt’, zegt hij.

Niet voldaan aan de randvoorwaarden
Volgens Van der Hoek kwamen GS tot de conclusie dat het voorstel van de gemeenten voor een gemeenschappelijke regeling niet aan de randvoorwaarden voldoet.
‘Het voorstel betekende een nieuwe gemeenschappelijke regeling boven op alle bestaande in de regio. Dit draagt niet bij aan meer democratische legitimatie of besluitvorming. Want de regeling zou de raden van de gemeenten op vijf belangrijke regionale thema’s (milieu en duurzaamheid, ruimte en mobiliteit, economie en innovatie, cultuur, recreatie en toerisme en het sociaal domein) meer op afstand plaatsen. Daardoor hebben de raadsleden in deze gemeenten bijna geen ruimte meer om zelfstandig te besluiten. GS vinden dat ongewenst omdat ze een goed functionerend democratisch bestel hoog in het vaandel hebben.’

Geen directe democratische legimentatie
Het GS-college geloofde niet in de voorgestelde werkwijze met gemandateerde wethouders die namens de drie gemeenten in de regio of daarbuiten opereren. ‘Dit zou betekenen dat vooraf gezamenlijke standpunten moeten worden ingenomen door de colleges, terwijl onduidelijk is in hoeverre de gemeenteraden daarop hun invloed kunnen uitoefenen. Vervolgens is er de vraag van de verantwoording achteraf. Stel dat de gemandateerde wethouder in een regionale vergadering een besluit neemt dat in de gemeenten waarvan hij geen wethouder is slecht valt. Gaat die wethouder dan in een voor hem vreemde raad verantwoording afleggen of doet de eigen wethouder dat over het gedrag van de gemandateerde collega? Bestuurlijk ‘gedoe’ ligt voor de hand en het is de vraag of dit helpt om krachtiger regionaal te besturen. Deze afwegingen leidden ertoe dat GS het voorstel niet overtuigend of geloofwaardig vonden.’

Gevolgen Eemnes
Van der Hoek begrijpt goed dat een fusie van Huizen, Blaricum en Laren ook gevolgen heeft voor de gemeente Eemnes. Want de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren hebben één ambtelijke organisatie: de BEL Combinatie. ‘GS hebben echter nergens gezegd dat deze samenwerking beëindigd moet worden. Dit lijkt voor velen het logische gevolg van ons GS-besluit, maar ik deel dat standpunt niet. Als het mogelijk is om gezamenlijk een ambtelijke organisatie voor drie gemeenten te hebben, waarom zou dit na de herindeling op basis van nieuwe afspraken niet kunnen in een ambtelijke organisatie voor twee? Dat is een keuze die de betrokken gemeenten kunnen maken.’ De gemeenten zijn door GS geïnformeerd dat deze maand wordt gestart met het opstellen van de herindelingsontwerpen. Dit kan tot 1 september. Daarna worden de ontwerpen bij de minister ingeleverd. De gedeputeerde roept de betrokken gemeenteraden, eens of oneens, op de komende periode te gebruiken om alle belangrijke aspecten voor hun gemeente constructief in te brengen bij de opstellers van het herindelingsbesluit. Dat geldt ook voor inwoners, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. ‘Ook zij kunnen de komende maanden hun punten inbrengen.’