Woningbouwproductie Amsterdam naar ‘historisch’ hoogtepunt

08-02-2018 Het Financieel Dagblad In Amsterdam zijn vorig jaar ruim 9000 woningen opgeleverd. Dat betekent niet alleen dat 15% van de in heel Nederland opgeleverde woningen binnen de Amsterdamse gemeentegrens stond, het is volgens wethouder Laurens Ivens van Wonen ook nog eens de op twee na hoogste jaarproductie van de afgelopen honderd jaar. ‘Alleen onder Jan Schaefer en een keer bij de stadsuitbreiding onder wethouder Floor Wibaut is er meer in een jaar opgeleverd.’
Laurens Ivens, wethouder Wonen in Amsterdam.Foto: Mats van Soolingen
Dat zegt Ivens (SP) in een toelichting op de voortgangsrapportage Actieplan Woningbouw die de Amsterdamse gemeenteraad deze week heeft ontvangen. In totaal zijn er in de afgelopen collegeperiode 26.538 woningen in aanbouw genomen. Bij de start van het huidige college kroop de Amsterdamse woningmarkt uit de crisis en was er vrees dat het productietempo zou stokken na de eerste inhaalslag. De inzet was om meer dan 17.000 woningen te bouwen.

‘Historische cijfers’
‘We hebben echt historische cijfers neergezet’, aldus Ivens, die na de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart een nieuwe termijn als wethouder ambieert. ‘Niemand had dit vooraf verwacht.’ Volgens hem heeft het geholpen dat de Amsterdamse woningmarkt de wind in de rug had, maar was de inzet van gemeente, projectontwikkelaars, corporaties en bouwers nodig om deze aantallen te halen. ‘Het gaat niet om stadsuitbreiding met hele wijken, maar om binnenstedelijke ontwikkeling. Dat kost veel meer tijd bij de planning en het rond krijgen van vergunningen. Het gaat om stukjes stad die in nauw overleg ontwikkeld moeten worden.’
Bouwactiviteit op Overamstel. Op het voormalige industriegebied wordt een nieuwe woonwijk gebouwd. Er is veel plek voor hoogbouw. Wie via de A2 naar Amsterdam rijdt, ziet verspreid in het gebied een flink aantal bouwkranen staan.
Afgelopen jaar zijn 7264 woningen in aanbouw genomen, zo staat in de voortgangsrapportage. Dat brengt het totaal in aanbouw genomen woningen in de afgelopen vier jaar op ruim 26.500. Van deze woningen zijn er inmiddels bijna 18.000 opgeleverd. De rest volgt binnen afzienbare termijn. Het bouwtempo ligt daarmee dus hoog genoeg om de gemiddelde jaarlijkse huishoudensgroei van 5000 tot 6000 huishoudens bij te benen.

Studenten- en jongerenhuisvesting
Wat wel opvalt is dat studenten- en jongerenhuisvesting een belangrijk deel van de totale productie uitmaakt. Het gaat om zo’n 5600 permanente woningen in de laatste vier jaar (2400 tijdelijke woningen tellen niet mee in het totaal). Doorgaans zijn dit kleinere goedkope woningen. Is het dan wel mogelijk om qua cijfers een goede historische vergelijking te maken met de wijken en buurten die tijdens Schaefer en tijdens Wibaut werden gebouwd?
‘Het is echt anders’, aldus Ivens. Volgens hem is het nu juist moeilijker om die aantallen te halen, ook al gaat het deels om studentenwoningen, al dan niet in getransformeerde kantoren. ‘Waar je tegenwoordig een mix bouwt om verschillende groepen te kunnen huisvesten, werd in het verleden eenzelfde type woning voor iedereen gebouwd op locaties waar meer ruimte was. Nu is het maatwerk. Overigens zijn er afgelopen jaar relatief weinig jongeren- en studentenwoningen gebouwd. Die piek lag vooral aan het begin van deze periode.’
Bedreigingen voor het blijven halen van de huidige productieaantallen zijn er wel. Zo wordt de inmiddels vaker aangehaalde dreigende capaciteitsproblemen bij bouwers benoemd, Daarnaast neemt het aantal harde bouwplannen – die snel in ontwikkeling gebracht kunnen worden – op middellange termijn af.

Maatregelen middenhuur
Ivens verwacht geen rem op de productie als gevolg van de strengere Amsterdamse regelgeving in het middenhuursegment (€710 tot €971). Zo geldt bij dit soort complexen een gemiddelde huur van €850 per woning en is de jaarlijkse huurverhoging inflatievolgend. Met die ingrepen wil Amsterdam bereiken dat ook middeninkomens in de stad kunnen blijven wonen.
‘Er zijn een aantal pilots en bij die projecten is er voldoende belangstelling van marktpartijen, ondanks de aanvullende eisen die zijn gesteld’, aldus de wethouder. Later dit jaar volgt een evaluatie van de pilots maar met de huidige stand van zaken verwacht Ivens geen grote verandering in deze aanpak.

Auteur Arend Clahsen