Woningtekort neemt komende jaren nog verder toe

5-2-2018 Het Financieel Dagblad Het tekort aan woningen loopt sneller op dan verwacht en bereikt in 2020 een hoogtepunt van 235.000 woningen. Dat blijkt uit onderzoek dat vandaag wordt gepresenteerd door vastgoedadviseur Capital Value en onderzoeksbureau ABF Research.

Geld geen probleem
Beleggers hebben genoeg geld om in de bouw van extra huizen te investeren, maar bouwbedrijven hebben niet genoeg capaciteit om die ook te bouwen. Ook is er te weinig grond beschikbaar. Daardoor komen vooral starters op de woningmarkt en ouderen met een lichamelijke beperking in de knel.

Begin 2018 was er een tekort van 205.000 woningen, iets meer dan eerder voorspeld. Dat tekort groeit tot 2020 door. Dan zullen er 235.000 woningen te weinig zijn. Om dat tegen te gaan zouden er 85.000 in plaats van de verwachte 73.000 woningen per jaar moeten worden gebouwd.

Capaciteitstekort
Die extra woningen worden om een aantal redenen niet gebouwd. Zo kampt de bouwsector met een gebrek aan capaciteit om meer woningen te bouwen. ‘Op basis van de huidige gegevens, is het niet waarschijnlijk dat de markt deze verhoging kan bewerkstelligen’, schrijft Capital Value.
Opvallend is dat grote beleggers ondertussen in 2017, net als in het jaar daarvoor, met miljarden bedoeld voor huurwoningen zijn blijven zitten. Alleen al voor Nederlandse pensioenfondsen zou het gaan om een bedrag van €1,5 mrd. Door een gebrek aan aanbod van bestaande complexen en nieuwbouwprojecten konden zij niet genoeg investeringen doen. In 2018 zouden binnen- en buitenlandse beleggers een recordbedrag van €7 mrd willen investeren in de Nederlandse huurwoningmarkt.

Woningcorporaties
Een deel van die investering zou naar corporatiewoningen kunnen gaan, zodat de woningcorporaties zouden meer geld in de bouw van nieuwe woningen kunnen steken. Van de ondervraagde corporaties geeft 63% echter aan te weinig grondposities te hebben om nieuwe bouwplannen uit te voeren.
Het tekort aan woningen mondt vooral in de middeldure huursector —woningen met een huurprijs van circa €700 tot €1000 per maand— uit tot een grote scheefgroei tussen vraag en aanbod. Ieder jaar is er een vraag van 83.000 woningen in deze prijsklasse. De grote toestroom van starters speelt daarbij een grote rol. Bij huurders in deze sector gaat het vaak om huishoudens met een inkomen boven de grens voor een sociale huurwoning ofwel huishoudens die nog niet lang genoeg zijn ingeschreven om een woning in de sociale sector te bemachtigen. Het feit dat veel starters op de woningmarkt een relatief laag salaris hebben, en vaak geen vast contract, maakt het kopen van een woning voor deze groep moeilijker.
Om het probleem op te lossen stellen de onderzoekers voor dat gemeenten corporaties kleinere sociale huurwoningen laten bouwen. De grotere woningen zouden dan moeten worden verkocht. Iets meer dan een kwart van de corporaties geeft echter aan te weinig medewerking van gemeenten te krijgen bij het realiseren van nieuwbouw.

Zorgwoningen
Naast een tekort aan woningen voor starters wordt er ook te weinig gebouwd voor 75-plussers. Door de vergrijzing stijgt het aantal huishoudens in deze leeftijdscategorie snel, maar er wordt te weinig voor ze gebouwd. Corporaties en andere investeerders geven wel aan geld te willen stoppen in woningen voor zorgbehoevenden, tot circa €1,5 mrd in 2018.

Auteur: Lennart Zandbergen • Economie & Politiek